30
nov

Hoe ik ongewild Simeon ten Holt lastigviel

Eind september 2012. Samen met Gerard stort ik me vandaag op het kwalijkste wat ik me als self-managing artist periodiek op de hals haal: telefonische verkoop. Vandaag bellen we programmeurs van kamermuziekpodia over ons  project 3xBach =2014 . Gerard is al even bezig en belooft me langdurige gesprekken met senioren die ruim in hun tijd zitten. Ik begin met het in onze lijst aangevinkte telefoonnummer van Muziek in de Ruïnekerk te Bergen en hoor de telefoon lang overgaan. Juist op het moment dat ik wil stoppen hoor ik hoe iemand opneemt en de hoorn vervolgens met een harde klap op de grond laat vallen. Ik hoor een man mopperen, maar het gemompel wordt overstemd door een knetterende pieptoon die rondzingt tussen de hoorn en de speaker van de telefoonset. “Hallo”, klinkt het nog  onverwacht snel, “wie is daar”. Ik noem mijn naam en krijg een ondiplomatieke “Nooit van gehoord”-achtige reactie. Ik introduceer luchtig het doel van mijn gesprek en vraag of het gelegen komt dat ik daar even iets over vertel. “Ik luister” antwoordt hij weinig toeschietelijk. Ik steek van wal en beschrijf het Wie zijn er goed, Wat hebben we voor leuks bedacht en het Waar en Wanneer hebben we al gespeeld voor volle zalen. In een ultrakorte pauze voor mijn finale Waarom kan dit interessant zijn voor uw podium, toont mijn respondent een scherp gevoel voor timing. “En waarom moet ik dat allemaal weten?” vult hij mijn korte adempauze. Ik antwoord dat zijn telefoonnummer in de servicelijst van het MCN staat als organisator van kamermuziek. Zijn ondubbelzinnige reactie stelt mij voor de rest van deze dag op scherp: “Nee man, dat doe ik al 20 jaar niet meer. Dat doen nu andere mensen en als je hun telefoonnummer wil hebben dan zoek je die zelf maar lekker op.” ‘s Avonds heb ik e-mail contact met de echte organisator van Muziek in de Ruïnekerk. Ed Bausch, ooit programmeur van theater Romein in Leeuwarden groet me en laat me weten dat hij het stokje na 40 jaar heeft overgenomen van de vorige programmeur, Simeon ten Holt.