28
okt

Ho Kim Beng

Ongelogen. De naam van de taxichauffeur die me vanochtend naar mijn eerste echte optreden als lecturer-performer reed, was Ho Kim Beng. Singapore heeft 5,5 miljoen inwoners en 200.000 daarvan hebben een taxi vergunning. Een groot deel daarvan schnabbelt bij, huurt als hem dat zo uitkomt een wagen bij een taxibedrijf en doet zijn werk zoals al zijn collega’s: alert, efficiënt, vriendelijk en in verstaanbaar Engels. En what’s in a name, Beng stuurde me scherp als een scheermes in no time naar waar ik wezen moest.

Ho Kim Beng was een toepasselijke naam geweest voor het avondconcert dat ik samen met Codarts collega Henri Bok en zijn partner Ann Evans bijwoonde. Opgelucht na de positieve reacties op onze presentaties tijdens het symposium “The Performer’s Voice” nestelden we ons in de Conservatory Concert Hall, net als alles in  het Yong Siew Toh Conservatory of Music jaloersmakend ruim opgezet, perfect gefaciliteerd en met een schitterende akoestiek. Al was een wollen trui geen overbodige luxe geweest want meer nog dan  de overdaad aan luxe artikelen in megalomane koopparadijzen trakteert de nieuwbouw in Singapore haar bezoekers overal op een binnenklimaat met polaire kenmerken.

Voor de pauze probeerde percussionist Colin Currie de zaal op te warmen met breed geïnstrumenteerd werk van o.a. Elliott Carter en een premiere van een stuk van Dave Maric waarin behalve Colin zelf ook een gesampelde percussiepartij te horen was. Gespierde taal tijdens deze eerste set. Bij ons riep het herinneringen op aan de schoolconcerten in onze pubertijd op het gymnasium.

Trompettist Joe Burgstaller muntte na de pauze vooral uit in zijn onderhoudende en humoristische aankondigingen en door de interactie met het publiek tijdens zijn toegift. Verder stond zijn concert geheel in het teken van ‘wat je allemaal met de trompet kunt doen’. Kitch muziek als zodanig laten klinken en barok te keer gaan op een Bach trompetje dus. En een nogal saaie trilogie van een Chinese componiste vooraf laten gaan aan een dubbele verkrachting van Afro Amerikaans muzikaal erfgoed. De traditional ‘Sometimes I Feel Like A Motherless Child’ en Duke Ellingtons ‘Echoes Of Harlem’ (“arr. JAZZBANDCHARTS.COM” sic!) werden ter plekke vogelvrij verklaard en dienden slechts als achtergrond voor de fabelachtige trompet techniek en het schrijnende gebrek aan timing en goede smaak van deze leugenaar-om-bestwil. Dat kleine beetje liefde voor de trompet dat Eric Vloeimans, Gerard Presencer en Gerard Kleijn me de afgelopen 20 jaar met veel moeite hebben bijgebracht ben ik in een klap kwijtgeraakt. Als een donderslag bij heldere hemel: Ho Kim Beng.